Darmflora-analyses in de praktijk
As, S. van

De 1½ kg-wegende darm vormt een belangrijk en complex orgaan. De darmbacteriën produceren vitaminen en gunstige vetzuren waarmee de dikke darm zich voedt. De bacteriën ontgiften en vormen een onmisbare barrière tegen de buitenwereld. Een goed werkende darm en gezonde darmflora vormen een belangrijk uitgangspunt in de natuurgeneeskunde. Een ontlastingsanalyse is dan ook van belang. Onderzoek van de darmflora is niet eenvoudig door tal van beperkende factoren. Zo zijn meer dan 400 verschillende typen ondergebracht in een twintigtal soorten; een flora-analyse identificeert daarvan slechts vijf. Van de aërobe groep worden Lactobacillen, Enterococcen en Enterobacteriacea spp. bepaald. Tot de laatste groep behoort E.coli en ook de potentieel schadelijke soorten als Salmonella, Shigella en Klebsiella. Een daling van E.coli gaat regelmatig gepaard met een toename van de schadelijke groep.

Meer dan 99,9% van de darmbacteriën is anaëroob en verdraagt dus geen zuurstof. De meeste anaërobe bacteriën verliezen hun vitaliteit door contact met de lucht, sterven in grote hoeveelheden af en bereiken het laboratorium niet. Van de anaerobe bacteriën die doorgaans worden bepaald - Bacteroïden spp., Bifidobacteriën spp. en Clostridia spp. - verkrijgt men alleen de juiste waarden door toepassing van specifieke DNA-analyses.

Een andere beperkende factor betreft de kweekresultaten en individuele variatie. De Lactobacillengroep, die uit 30 verschillende soorten bestaat, moet bij verschillende temperaturen worden gekweekt, aangezien er verschillende optimale groeitemperaturen bestaan voor elke soort. Wanneer dit niet gebeurt zal men vaak ten onrechte aannemen dat er te weinig Lactobacillen in de kweek aanwezig zijn. Lang niet iedereen heeft dezelfde aantallen bacteriën in de darm; zo komen de Bifidobacteriën, waarvan een 50-tal soorten bestaan, in zeer wisselende hoeveelheden voor. Een kwart van de mensen heeft van nature lage aantallen, men zou bij diegenen dan ten onrechte probiotica voorschrijven. Probiotica zijn trouwens niet altijd de juiste interventie. Het herstel van het milieu van de darm en aanpassing van de voeding vormen essentiële factoren. Onze eigen darmbacteriën delen zich elke 20 minuten en kunnen eventuele tekorten snel aanvullen. Bovendien zijn de geleende probiotische bacteriën niet blijvend, zij zullen zich in principe niet vermenigvuldigen. Wel hebben probiotica herstellende eigenschappen en kunnen als kuur worden ingezet.

Naast een flora-analyse bepaalt men in het laboratorium de zuurtegraad en verterings-parameters, zoals het vezel-, zetmeel- en vetgehalte. Ook worden kweken op gisten en schimmels op speciale media gemaakt. Candida is een gist, géén schimmel, zoals wel wordt gedacht. Deze gist omvat een tiental soorten; overgroei in de darm wordt in meer dan 60% van de gevallen door C. Albicans veroorzaakt. In het laboratorium kan getest worden op gevoeligheid voor nystatine en plantaardige middelen, zoals pau d’arco.

Een éénmalige darmflora-analyse heeft vaak niet veel betekenis. Zo geeft bijvoorbeeld een daling van Lactobacillen of de aanwezigheid van Candidasoorten geen inzicht in wat zich werkelijk in de darm afspeelt. Niet alleen kan een verstoring zich in enkele weken spontaan herstellen, afwijkende flora kunnen duiden op een onderliggende oorzaak.

Veel mensen hebben last van de darm, dit uit zich in vage klachten: een opgezette buik, winderigheid, met regelmaat brijïge of stinkende ontlasting of anale jeuk. Men moet een parasitaire infectie uitsluiten. Niet alleen mensen die op reis last hebben gekregen of op hun werk in aanraking zijn gekomen met ontlasting (verpleging, loodgieterij, kinderopvang, etc.) raken besmet. Men kan parasieten opdoen in de huiselijke omgeving of op school. Vooral bij kinderen met buikpijnklachten moet naast een uitvoerige flora-analyse óók altijd op parasieten worden getest. Aanvullende testen op glutenallergie, ontstekingsfactoren, IgA en bloedspoortjes zijn onmisbaar.

Interpretatie van de uitslagen van verschillende testen is niet eenvoudig. Een medisch adviseur van het laboratorium kan informatie verschaffen over de toegepaste technieken (kweken, immunologische testen en DNA- analyses), de gevoeligheid en doelgerichtheid hiervan en de betekenis van de uitslag. Vooral bij overgoei met schadelijke organismen, Colitis ulcerosa of parasitaire belasting, is overleg met en begeleiding van de aanvrager van waarde. Gelukkig vinden er veel darmflora-analyses plaats, een onderwerp dat alle aandacht verdient.

disclaimer
«Back