Interactie probiotica en cellen immuunsysteem
![]() |
Hóe sommige probiotica het immuunsysteem kunnen versterken, is nog niet geheel opgehelderd. Bekend is wel dat er een interactie is tussen probiotica en de dendritische cellen. Dit resulteert in een verbeterde functie van T-lymfocyten en dan de T-helpercellen in het bijzonder. De T-helpercellen (Th) kunnen in 2 klassen worden onderverdeeld. Rond de geboorte overheerst bij de mens vooral het zogenoemde Th2-celtype. Deze cel is vooral betrokken bij de versterking van de antilichaamproductie. Overmatige activiteit van Th2-cellen leidt tot allergische ziekten. Th1-cellen zijn gericht op het bestrijden van virusinfecties. Wanneer een kind in de eerste levensjaren voldoende infecties doormaakt, treedt er een verschuiving op in de verhouding tussen Th1- en Th2-cellen. Op een gegeven moment ontstaat een evenwicht tussen beide typen. De balans tussen Th1 en Th2 wordt gehandhaafd door een derde type T-helpercellen, de regulatoire T-cellen. Raakt de verhouding uit balans naar Th2, dan kan een allergie ontstaan. Overmatige Th1 activiteit kan leiden tot auto-immuunziekten. Met probiotica is wellicht de balans te herstellen en zo allergie en auto-immuunziekten tegen te gaan. Aangetoond is dat sommige probiotica de activiteit van Th2-cellen kunnen onderdrukken en de regulatoire T-cellen kunnen versterken. |
| Beïnvloeding van het immuunsysteem zou ook van belang kunnen zijn bij patiënten met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Een ontregelde respons van de T-cellen, met name een onvoldoende functioneren van regulatoire T-cellen, zou mogelijk leiden tot deze chronische darmziekten. | |