Synbiotica effectief bij zware buikoperaties

Onderzoekers van een Berlijnse universiteit hebben gunstige effecten gevonden van het toedienen van probiotica in combinatie met prebiotica, ook wel synbiotica genoemd. Na een levertransplantatie en na een alvleesklieroperatie traden door synbiotica significant minder infecties op (Rayes, 2002; Rayes, 2005 en Rayes, 2007).

De eerste studie is uitgevoerd bij 95 patiënten die een levertransplantatie ondergingen (Rayes, 2002). Na de operatie kregen alle patiënten enterale voeding toegediend. Eén groep kreeg daarbij antibiotica met als doel de darmen preventief te ontdoen van ziekteverwekkers (selectieve darmdecontaminatie). Een tweede groep kreeg synbiotica: probiotica (Lactobacillus plantarum 299) in combinatie met prebiotica. De derde groep kreeg dezelfde synbiotica, maar de probiotische bacteriën waren nu door verhitting gedood. In de antibioticagroep kreeg bijna de helft van de patiënten (48%) na de operatie een infectie. In de synbioticagroep met dode bacteriën trad een infectie op bij 34%. In de synbioticagroep met levende bacteriën was het infectiepercentage significant lager: 13%. Volgens de onderzoekers zijn synbiotica dus een effectief alternatief voor selectieve darmdecontaminatie.

De tweede studie is uitgevoerd bij 66 levertransplantatiepatiënten. Na de operatie kreeg de helft synbiotica (4 verschillende Lactobacillen en 4 prebiotica: betaglucaan, inuline, pectine en resistant starch elk 5 gram/dag) en de andere helft alleen de prebiotica (Rayes, 2005). Slechts 3% van de patiënten in de synbioticagroep kreeg een infectie tegen 48% in de prebioticagroep.

Dezelfde Berlijnse onderzoeksgroep heeft ook bij 80 patiënten na een operatieve verwijdering van de alvleesklier synbiotica toegediend (Rayes, 2007). De synbiotica bestonden ook nu uit een combinatie van 4 verschillende prebiotica en 4 verschillende Lactobacillen. De placebogroep kreeg enkel dezelfde prebiotica. In de synbioticagroep liep 12,5% een post-operatieve infectie op. Dat was significant lager dan de 40% in de placebogroep.

«Terug