Antibioticageïnduceerde diarree

Als gevolg van het gebruik van antibiotica worden naast schadelijke, ook veel nuttige bacteriën gedood of in hun groei geremd. Hierdoor raakt het evenwicht in de darmflora verstoord, waardoor schadelijke bacteriën de kans krijgen om uit te groeien, met diarree als gevolg.

Probiotica kunnen het risico op deze antibioticageïnduceerde diarree verminderen (Sullivan, 2005). Ze beperken namelijk de verstoring van het evenwicht in de darmflora en helpen de normale flora te herstellen.
Ook probiotica hebben nutriënten nodig voor actie en groei. Daarom is het moment van proboticagebruik medebepalend voor het effect. Probiotica kunnen daarom het beste tijdens de maaltijd worden ingenomen en antibiotica tussen 2 maaltijden. Op die manier komen ze amper bij elkaar tijdens het transport door het maagdarmkanaal. Bij een continu infuus van antibiotica ontstaat er echter een heel andere situatie. Via de bloedbaan en het lymfesysteem kan het antibioticum dan ook in de darm terechtkomen. Contact tussen antibioticum en probioticum is dan niet te vermijden. Het verdient echter aanbeveling om bij deze vorm van toediening de probiotica tegelijk met de maaltijd te nuttigen.

Onderzoeken
Een meta-analyse van 25 interventiestudies toont aan dat probiotica het relatieve risico op antibioticageïnduceerde diarree met 57% kunnen verkleinen (McFarland, 2006). Drie typen probiotica, Lactobacillus (rhamnosus) GG, de gist Saccharomyces boulardii en een probiotische mix lieten een significant effect zien.
Recent onderzoek onderschrijft de resultaten van deze meta-analyse. Patiënten kregen antibiotica ter bestrijding van een intestinale Clostridium difficile infectie. Een positief effect van een probiotische drank bij deze antibioticageïnduceerde diarree blijkt uit een studie bij 135 Engelse ziekenhuispatiënten (gemiddelde leeftijd 74 jaar) (Hickson, 2007). Hierbij kreeg de helft gedurende een antibioticumkuur tot en met de week na afloop tweemaal daags een probiotische drank met daarin Lactobacillus casei, Lactobacillus bulgaricus en Streptococcus thermophilus. De andere helft kreeg een placebo. In de probiotische groep kreeg 12% diarree en in de placebogroep 34%.
Ook bij kinderen zijn probiotica (met name Lactobacillus rhamnosus GG en Saccharomyces boulardii) effectief ter preventie van antibioticageïnduceerde diarree (Johnston, 2007).

«Terug