Health Professional - Nieuws - 22-07-2009:
«TerugProbiotica en ondervoeding Beintema, Nienke Probiotica helpen niet bij de behandeling van ernstige ondervoeding. Brits onderzoek in Malawi kon geen positieve effecten aantonen, behalve een niet-significante aanwijzing dat probiotica sterfte verminderen. De auteurs pleiten voor meer onderzoek. Naar schatting hebben wereldwijd 13 miljoen kinderen te maken met ondervoeding. Een tot twee miljoen kinderen overlijden jaarlijks als gevolg hiervan. Onderzoekers van het College of Medicine Malawi en het University College London Centre for International Health and Development hebben onderzocht of probiotica wellicht een ondersteuning kunnen zijn van de behandeling van ondervoeding. Het onderzoek, dat werd gefinancierd door het Britse departement voor ontwikkelingssamenwerking (DfID), verscheen op 11 juli in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet. Pre- en probiotica De onderzoekers bestudeerden 795 ondervoede kinderen in Malawi in de leeftijd van 5 maanden tot 14 jaar. De kinderen deden mee aan een dubbelblind, gerandomiseerd, placebo-gecontroleerd experiment. Ze werden eerst op krachten gebracht met supplementen op melkbasis, waarna ze random werden ingedeeld in twee groepen. De eerste kreeg een dieet van therapeutisch voedsel met Synbiotic2000 Forte, een supplement dat zowel prebiotische vezels als melkzuurbacteriën bevat. De behandeling duurde gemiddeld 33 dagen. De onderzoekers maten gewicht, lengte, sterfte, tijd tot herstel, en de aanwezigheid van klinische symptomen zoals diarree, koorts en ademhalingsproblemen. Uit de studie bleek geen significant verschil tussen de twee groepen. In de probiotische groep herstelde 53,9 geheel van de ondervoeding binnen de studieperiode, versus 51,3 procent in de controlegroep. Wat betreft de andere parameters was er evenmin een verschil, hoewel er een niet-significante trend te zien was die erop duidde dat er in de probiotische groep minder sterfte optrad. De auteurs schrijven dat deze bevinding "te maken kan hebben met bias, een ander effect, of toeval, maar wel biologisch plausibel is. Dit heeft mogelijke gevolgen voor gezondheidsvraagstukken, en moet nader worden onderzocht". De onderzoekers zagen dat de uitkomsten gemiddeld slechter waren in kinderen met HIV, maar onder deze kinderen was er geen verschil tussen de experimentele en de controlegroep. Dit is een belangrijke observatie, schrijven de auteurs, aangezien probiotica soms in verband worden gebracht met negatieve effecten bij mensen met een verstoorde immuunfunctie. Meer informatie: Artikel in The Lancet |